Aanleiding

Vanaf 2015 zijn gemeenten vanuit de Wmo 2015 (artikel 2.5.1) verplicht om jaarlijks een cliëntervaringsonderzoek uit te (laten) voeren. Het onderzoek vindt plaats volgens landelijke richtlijnen en omvat minimaal 10 landelijk voorgeschreven vragen. Het onderzoek is gericht op de ervaringen van Wmo-cliënten met een maatwerkvoorziening. Zeven Drentse gemeenten hebben het cliëntervaringsonderzoek Wmo 2016 in 2017 laten uitvoeren door CMO STAMM.

Vraagstelling

De zeven Drentse gemeenten op dit webportaal hebben gezamenlijk en in overleg met de onderzoekers van CMO STAMM besloten om – naast de landelijk verplichte vragen – extra vragen in het onderzoek op te nemen. Het betreft vooral vragen die in het cliëntervaringsonderzoek van vorig jaar ook zijn gesteld. Daarom kunnen de uitkomsten vergeleken worden. In Borger-Odoorn is er voor gekozen nog een extra vraag over de onafhankelijk cliëntondersteuner op te nemen.

Deelnemers/steekproef

Het uitgangspunt van het onderzoek was om per gemeente een betrouwbaar beeld te krijgen van alle Wmo cliënten die in 2016 een maatwerkvoorziening ontvingen. Volgens algemene richtlijnen voor onderzoek is per gemeente berekend hoeveel respondenten hiervoor nodig zijn. Daarna is bepaald hoeveel mensen aangeschreven moeten worden; hierbij is er rekening mee gehouden dat 35% van de aangeschreven cliënten daadwerkelijk meedoet aan het onderzoek.

In een deel van de gemeenten is het aantal aan te schrijven cliënten groter dan het aantal dat in 2016 contact met de gemeente had en/of een (herziene) beschikking ontving. In die gemeenten zijn ook cliënten aangeschreven die in 2015 of nog eerder voor het laatst contact met de gemeente hadden.

Opmerkelijke Uitkomsten

Wat opvalt is dat veel meer Wmo-cliënten in Drenthe dit jaar tevreden zijn over het contact met de gemeente en ook over de deskundigheid van de medewerkers en de gekozen oplossing.

De bekendheid dat er gebruik kan worden gemaakt van een cliëntondersteuner is wel iets toegenomen, maar nog steeds weet bijna driekwart van de cliënten niet dat zij een cliëntondersteuner kunnen inschakelen.

Vorig jaar viel op dat veel mantelzorgers (61%) denken dat hun naaste de zorg aankan. Dit jaar is dat percentage iets afgenomen. Cliënten zijn er iets minder zeker van dat de mantelzorger de zorg aan kan.

De eigen bijdrage voor de Wmo vormt voor bijna een derde van de cliënten een probleem. Wat precies het probleem is, is niet onderzocht.

Kies uw gemeente