Aanleiding

Vanaf 2015 zijn gemeenten vanuit de Wmo 2015 (artikel 2.5.1) verplicht om jaarlijks een cliëntervaringsonderzoek uit te (laten) voeren. Het onderzoek vindt plaats volgens landelijke richtlijnen en omvat minimaal 10 landelijk voorgeschreven vragen. Het onderzoek is gericht op de ervaringen van Wmo-cliënten met een maatwerkvoorziening. Zeventien Groningse gemeenten hebben het cliëntervaringsonderzoek Wmo 2016 in 2017 laten uitvoeren door het Sociaal Planbureau Groningen. Voor veertien van deze gemeenten voerde het Sociaal Planbureau ook het vorige cliëntervaringsonderzoek, over 2015, uit.

Vraagstelling

De zeventien Groningse gemeenten op dit webportaal hebben gezamenlijk en in overleg met de onderzoekers van het Sociaal Planbureau Groningen besloten om – naast de landelijk verplichte vragen – extra vragen in het onderzoek op te nemen. Het betreft vooral vragen die in het cliëntervaringsonderzoek van vorig jaar ook zijn gesteld. Daarom kunnen de uitkomsten vergeleken worden. Twee nieuwe vragen zijn toegevoegd, één over de eigen bijdrage en één over de deelnemers aan het gesprek met de gemeente.

Deelnemers/steekproef

Het uitgangspunt van het onderzoek was om per gemeente een betrouwbaar beeld te krijgen van alle Wmo cliënten die in 2016 een maatwerkvoorziening ontvingen. Volgens algemene richtlijnen voor onderzoek is per gemeente berekend hoeveel respondenten hiervoor nodig zijn. Daarna is bepaald hoeveel mensen aangeschreven moeten worden; hierbij is er rekening mee gehouden dat 35% van de aangeschreven cliënten daadwerkelijk meedoet aan het onderzoek. (In werkelijkheid was dat dit jaar 42%).

In een deel van de gemeenten is het aantal aan te schrijven cliënten groter dan het aantal dat in 2016 contact met de gemeente had en/of een (herziene) beschikking ontving. In die gemeenten zijn ook cliënten aangeschreven die in 2015 of nog eerder voor het laatst contact met de gemeente hadden. De vier gemeenten in het Westerkwartier hebben echter besloten alleen cliënten aan te schrijven die in 2016 een beschikking hebben ontvangen.

Opmerkelijke Uitkomsten

Wat opvalt is dat veel meer Wmo-cliënten in Groningen dit jaar tevreden zijn over het contact met de gemeente en ook over de deskundigheid van de medewerkers en de gekozen oplossing.

Een andere opmerkelijke uitkomst betreft het (keukentafel)gesprek tussen Wmo-cliënt en gemeente. Anders dan verwacht was bij dergelijke gesprekken veel vaker (35%) een zorgverlener aanwezig dan een naaste van de cliënt (19%). Bij ruim een kwart van de gesprekken was niemand anders aanwezig. De cliëntondersteuner wordt zelden ingeschakeld. Zijn bekendheid is wel iets toegenomen, maar nog steeds weet bijna driekwart van de cliënten niet dat zij een cliëntondersteuner kunnen inschakelen.

Vorig jaar viel op dat veel mantelzorgers (18%) denken dat hun naaste de zorg niet aankan. Dit jaar is dat percentage iets toegenomen. De eigen bijdrage voor de Wmo vormt voor bijna een derde van de cliënten een probleem. Wat precies het probleem is, is niet onderzocht.

KIES UW GEMEENTE