Aanleiding

Gemeenten zijn op basis van de Wmo 2015 (artikel 2.5.1) verplicht om jaarlijks een cliëntervaringsonderzoek uit te (laten) voeren. Hiermee wordt onderzocht hoe Wmo-cliënten de toegankelijkheid en kwaliteit van Wmo-maatwerkvoorzieningen ervaren en welk effect ze ervan hebben ondervonden in hun zelfredzaamheid. Dertien Groningse gemeenten hebben het cliëntervaringsonderzoek over 2017 in 2018 laten uitvoeren door het Sociaal Planbureau Groningen.

Het onderzoek vindt plaats volgens landelijke richtlijnen en omvat minimaal tien landelijk voorgeschreven vragen. Het onderzoek dient te zijn gericht op de ervaringen van Wmo-cliënten met een maatwerkvoorziening in het voorafgaande kalenderjaar. Gemeenten mogen hiervan afwijken. De gemeenten Veendam en Pekela hebben dat in 2018 gedaan: zij hebben ook inwoners die gebruik maken van een algemene Wmo-voorziening in het onderzoek meegenomen.

Vraagstelling

Zeven van de dertien Groningse gemeenten op dit webportaal hebben gezamenlijk en in overleg met de onderzoekers van het Sociaal Planbureau Groningen besloten om – naast de landelijk verplichte vragen – extra vragen in het onderzoek op te nemen. Het betreft vooral vragen die in het cliëntervaringsonderzoek van vorig jaar ook zijn gesteld. Daarom kunnen de uitkomsten vergeleken worden. De andere zes gemeenten hebben alleen de 10 verplichte vragen aan hun Wmo-cliënten voorgelegd. Deze gemeenten hebben daarnaast informatie verzameld via interviews met Wmo-cliënten.

Steekproef en response

Het uitgangspunt van het onderzoek was om per gemeente een betrouwbaar beeld te krijgen van alle Wmo cliënten die in 2017 een maatwerkvoorziening ontvingen. Volgens algemene richtlijnen voor onderzoek is per gemeente berekend hoeveel respondenten hiervoor nodig zijn. Daarna is bepaald hoeveel mensen aangeschreven moeten worden; hierbij is er rekening mee gehouden dat 35% van de aangeschreven cliënten daadwerkelijk meedoet aan het onderzoek. (In werkelijkheid was dat dit jaar 45%).

In een deel van de gemeenten lag het berekende aantal aan te schrijven cliënten boven het aantal dat in 2017 contact met de gemeente had en/of een (herziene) beschikking ontving. Volgens de landelijke richtlijnen moeten in die gemeenten ook cliënten worden aangeschreven die in 2016 of nog eerder voor het laatst contact met de gemeente hadden. Een aantal gemeenten heeft er echter voor gekozen geen ‘oude’ Wmo-cliënten in het onderzoek mee te nemen. Dit heeft er bij een aantal gemeenten toe geleid dat de totale respons lager ligt dan nodig volgens de landelijke richtlijnen (die uitgaan van een betrouwbaarheidsniveau 95% en een foutenmarge 5%).

Bij de verwerking van de voor het cliëntervaringsonderzoek ingevulde vragenlijsten zijn alle vragenlijsten meegenomen waarop tenminste één vraag is beantwoord. Per vraag loopt de respons uiteen. (Wie per vraag het aantal antwoorden optelt zal daarom meestal lager uitkomen dan het totaal aantal verwerkte vragenlijsten). Een vuistregel bij het lezen van de resultaten is: hoe meer mensen de vraag hebben beantwoord, hoe groter de zekerheid dat de weergegeven resultaten overeenkomen met de ervaringen van alle Wmo-cliënten.

Landelijke website

Op de website www.waarstaatjegemeente.nl worden per gemeente de uitkomsten weergegeven van de tien verplichte vragen uit het cliëntervaringsonderzoek Wmo. Deze resultaten kunnen enigszins afwijken van de resultaten op dit webportaal. De reden hiervan is dat vragenlijsten waarin 4 of meer vragen niet zijn beantwoord in de landelijke cijfers buiten beschouwing moeten blijven. In de cijfers op dit webportaal zijn deze vragenlijsten wèl meegenomen.

KIES UW GEMEENTE